Gepost op

Fooiendag

"Heeft u Misschien Een Gulden?" (2000) - 2014 remix. ©NathanBoneyN

Ik zag net een sticker op een lantarenpaal waarop stond: “Nationale Fooiendag!”. Zonder datum, wat al aangeeft hoe goed de mensen die de sticker hebben gemaakt nadenken. Ik kreeg visioenen van een gigantisch collectief verongelijkte barmensen die samendromden rond een printer om deze ongelofelijke suffe sticker eruit te krijgen.

Een fooi is een blijk van waardering voor geleverde service. Het is een wijdverbreid misverstand dat fooi zou moeten omdat dat ‘netjes’ is of omdat anders de horeca en haar lieftallige medewerkers niet meer zouden kunnen voortbestaan. Als dat zo was moesten ze de fooi in de prijs van de handel stoppen, net als in diverse buitenlanden waar je juist raar wordt aangekeken als je tipt. Maar fooi is dus een blijk van waardering voor het eten of de bediening. Een cadeautje. Een geste. Achteraf kun je dat als klant pas bepalen. Er als horecamedewerker dus bij voorbaat vanuit gaan dat je fooi krijgt of erger nog: er om vragen met een afwachtende blik (als een taxiichauffeur) of een sticker is een blijk van hele slechte service. Het maakt de klant ongemakkelijk, geïrriteerd, op zijn hoede en extra kritisch. Als jij dus met een lang gezicht de drankjes serveert en half snauwend bestellingen opneemt kun je er dus, net als wanneer je vooraf om een fooi vraagt, vanuit gaan dat je die niet gaat krijgen. Wat je hoofd dus nog chagrijniger maakt, waardoor de volgende klant ook weer geen fooi geeft, en dat blijft dan net zo lang doorgaan totdat niemand meer fooi krijgt en iemand een sticker moet maken waarop je met zijn allen om een fooi gaat bedelen.

Toen ik de lantarenpaal zag kwam er vrij meteen een sticker in me op die daar overheen geplakt kon worden, met de tekst “Zeik Niet Om Een Fucking Fooi Dat Doen Ze In De Zorg Of Andere Beroepen Ook Niet En Die Mensen Doen Echt Onderbetaald Mooi Werk Zoek Lekker Een Andere Baan Dan”. Deze tekst bleek echter niet op de sticker te passen. Hoogstens in een onleesbaar klein lettertype en dan komt de boodschap slecht over dus worden het snel weer posters en die passen dan weer niet op lantarenpalen.

Communicatie is niet makkelijk.

Wil je (een) tip? Zeik niet.

"Heeft u Misschien Een Gulden?" (2000) - 2014 remix. ©NathanBoneyN
“Heeft u Misschien Een Gulden?” (2000) – 2014 remix.

 

Gepost op

Roll Another One

Opeens is hij er: de rollator. Hij doet precies wat hij moet doen: rollen. Maar er zit helemaal geen bejaarde aan vast.

Uit het niets rolt het ding met een vrolijk vaartje van de stoep af, zo tussen het verkeer op de Nieuwe Binnenweg, en nergens op die straathoek is ook maar een mens te zien. Het hulpeloze hulpmiddel komt tot stilstand op de tramrails. Auto’s stoppen. Gezichten vullen zich met verbazing. Daar staat opeens een eenzame rollator op de tramrails.

Een Twilight Zone momentje.

Ik stop mijn fiets en zet hem neer. Alles in seconden dus tijd voor een foto is er niet. Terwijl mijn ogen blijven zoeken naar een mogelijke eigenaar haal ik het op hol geslagen vehikel van de straat. Dankbare blikken en verbaasde gebaren vanuit auto’s. Ik sta opeens met een rollator in mijn handen en kijk naar de hoek waar hij vandaan kwam. Een koffieshop. Ernaast een Turkse minimarkt.

Ik probeer mezelf te overtuigen dat een rollator vast vanaf die levensmiddelenwinkel moet komen maar ik weet al dat het anders is. Door het raam van de koffieshop zie ik een gebogen oude dame aan het loket kleven. Haar apotheek heet Bob Marley.

Ik leun naar binnen en praat tegen de kromme rug van de oude vrouw aan.

“Mevrouw… Uw rollator vloog zojuist zelfstandig de straat op.”

Ze draait zich om.  Alle verbazing van daarnet komt samen in haar gerimpelde gezicht. Ik vertel haar van het avontuur dat haar rollator zojuist beleefde. “Oooooooo, dat is niet zo mooi. Helemaal op straat? Wat erg.” Ze stopt haar grote groene aankoop weg en neemt haar steun en toeverlaat van me over. “Dank je wel hoor!” 
Ik zie intussen beelden van rollatorstallingen voor iedere koffieshop.

Terwijl ik haar gedag zeg passeert een fiets met daarop -gelukkig- een mens dat haar vrolijk toeroept: “Hee halloooo! En wat gaat u doen vandaag?”

“Wandelen!”

Ik hoor Bob Marley zingen… “Here I am, walking down the street (walking walking walking walking walking walking walking), everything is so sweet…”

 

Gepost op

Fluit

De bouwvakker fluit meermaals naar de meisjes. Ze reageren niet. En dus roept hij iets, geheel volgens de code van de gekrenkte Neanderthaler: onverstaanbaar maar onmiskenbaar bot.
Eén van de meisjes kijkt hem dan eindelijk aan. Ze steekt routineus en vlot een dikke middelvinger naar hem op.
Er volgt gebrom vanaf de bouwplaats.
Haar vriendin kijkt een beetje angstig. “Zo, steek jij gewoon je middelvinger op?!”
Het meisje met de middelvinger weet waar ze het over heeft.
“Oh, dat is gewoon een bouwvakker. Die kunnen toch niet uit hun hok komen.”

 

Gepost op

Ze kwam de kat van de buren terugbrengen…

Mijn vriendin ligt in het ziekenhuis. Mijn onderbuurvrouw is een maand naar India. Mijn kat ligt naast me. Verder woont er niemand achter de voordeur die de trap van de straat scheidt…  Toch stond er zojuist opeens een vrouw in mijn woning. Een vrouw met een mandje met een kat erin. De kat zei miauw. Ik was sprakeloos. Ook had ik even geen hartslag meer.

“Hallo??” riep ik, toen ik een half uur geleden opeens de onmiskenbare geluiden van iemand op mijn trap en in mijn gang hoorde. Er kwam geen respons, Het gestommel ging door. Mijn keel vroor dicht en ik keek rond op zoek naar zware voorwerpen. In die seconden knalden in mijn hoofdnooduitgangen open met “Esther???” en “ehhhhhhhhh…….??” want wie in godsnaam kon dit zijn? Ik stapte de gang in, klaar voor het onvermijdelijke, het ongebruikelijke en een eventueel beroep op noodweer…

Halverwege mijn trap stond een meisje met een Cat Traveler. Ze keek alsof ze geen idee had van de storm in mijn aderen. Mij begon zachtjes een afspraak van aanstaande donderdag te dagen. Een collega van mijn onderbuurvrouw-die-in-India-zit zou aanstaande donderdag de kat van mijn buurvrouw-die-in-India-zit komen terugbrengen. Donderdag dus. Niet vandaag. En ze zou de kat afleveren in de woning van de onderbuurvrouw. Niet in de mijne. Zeker niet in de mijne, opeens, op een onbewaakt moment laat op een avond waarop ik wel naakt had kunnen zijn, of in een krankzinnige modus, of in bad. Als ik in bad had gezeten…

“O… Ik ben toch met deze sleutel binnengekomen?”

Ja, beneden ja. En toen ben je gewoon rechtdoor gelopen, mijn woning in, een kwestie van de verkeerde deur, iets over het hoofd zien, misschien wel sterven.

Ik bleef beleefd terwijl ik haar vertelde dat ze zojuist aan de dood was ontsnapt. De hare of de mijne, dat liet ik in het midden. Het wicht had geen idee. Nog steeds niet volgens mij. Ik heb haar mee naar beneden genomen en de deur gewezen waar ze in moest en  waar de kat thuishoort en bedankt en toen heb ik gezegd nou de mazzel je staat dubbel geparkeerd dus we’ll take it from here.

Doei!

Godzijdank trof ik na haar vertrek beneden, na een eerdere diepzwarte leegte in mijn eigen drankbestand, een kast vol met spiritualiën aan.

Ik heb mezelf een dubbele ingeschonken.

 

Gepost op

“Your vodka is inside the cockpit, sir”

In de taxfree winkel op Dubrovnik airport valt mijn oog op een fles Smirnoff Appelvodka. Hij staat vrolijk tussen de flessen Smirnoff Sinaasappelvodka en Smirnoff Cranberryvodka. Deze imponerende collectie gepimpte vodka’s heb ik nooit eerder ergens gezien. Twee weken op een winkelcentrumloos eiland, kortom driehonderd- zesendertig uur in shoppingloze modus, brengen mij ertoe om direct, zonder nadenken, de kans en de fles te grijpen. Ik plaats de fles op de eerste lopende band in weken.
De transactie verloopt voorspoedig. Ik vraag nog even of de fles met die liter transparante vloeistof niet verpakt moet worden in terrorismebestendig plastic, zoals de van alle vliegveldmuren afspattende regels voorschrijven. Het haast spottende antwoord lijkt bedoeld om me te doen twijfelen aan mijn zinnigheid.
“No! You bought it tax free!”
Okee. Ik hoor je. En ik kom er inderdaad probleemloos mee het vliegtuig in.
Het eerste vliegtuig dan tenminste. Bij de overstap in Wenen blijkt het allemaal wat minder simpel dan Dubrovnik Tax Free deed voorkomen.

Bij het Weense detectiepoortje vertelt een vriendelijk achter zijn baard lachende polizeibeamte me dat dit echt niet kan. De fles zal moeten worden vernietigd meneer. Ik poog nog in oplossingen in plaats van catastrofes te denken en haast me naar de Weense Tax Free shop -zelfde bedrijf, zelfde kleuren, zelfde assortiment als in Dubrovnik- met de vraag om een stukje terrorismebestendig plastic. Een Aziatische vrouw luistert met stalen en hermetisch gesloten gezicht mijn verhaal aan en antwoordt ook na afloop ervan he-le-maal niets. Ik vraag haar maar of ze me uberhaupt verstaat, in zowel Engels als Duits, en twijfel even of ik misschien in een vacuum zit. Of dat mijn stem wel aan staat. Er moet een man bijkomen die wel sociale vaardigheden bezit. Hij legt me uit het sealen niet gebeuren gaat. Ik vraag hem of de winkel de fles dan niet van me terug kan kopen. Zelfde markt en zelfde prijs tenslotte, en ik heb de bon nog. Het antwoord is opnieuw nee. Het blijft zelfs nee wanneer ik hem de fles kado wil doen. Ook persoonlijke geschenken krijgen nee te horen.
Dan dringt tot me door dat ik met gestoorden te maken moet hebben. Ik ga terug naar de gate.
De jongen die de paspoorten controleert vraagt me, over de hoofden van de mensen voor me heen, of het gelukt is. Mijn ontkenning brengt een soort van dat dacht ik verdammt al gezicht bij hem teweeg. Ik doe hem hetzelfde voorstel als aan de ongelukkigen in de Tax Free shop.
“Mag ik je de fles dan kado doen? Dan heeft tenminste iemand er nog iets aan.”
Nu verschijnt er een twinkeling in zijn ogen. Hij denkt even na, nauwelijks lang genoeg om op te vallen.
“Do you have handluggage sir?”
Hij wil de fles niet vernietigen of hebben. Hij wil hem in mijn handbagage doen en deze vervolgens inchecken bij mijn andere tas, in het ruim. Hij wil dat mijn vodka en ik samen aankomen in Amsterdam.
Hij verdwijnt in de slurf die naar het vliegtuig leidt. Als hij terugkeert ligt er een tevreden grijns op zijn gezicht. Zich op geen enkele wijze storend aan de horde passagiers die zich tussen ons door moeten wurmen om het vliegtuig in te komen zegt hij:
“There is a very friendly crew on board sir. Very friendly. I did not have to put your belongings in the cargohold. Your vodka and your bag are inside the cockpit sir. It will stay there during the flight. When you arrive in Amsterdam you can ask for it and get it back from the pilots.”
Van onredelijk naar volkomen redelijk in tien minuten. Special treatment voor je Smirnoff. Dat is iets om blij van te worden.
Ik dank hem hartelijk.

Wanneer het vliegtuig een klein uur later middenin de vlucht stevig begint te hobbelen en te stuiteren, de riemen vast lampjes aan en uit blijven gaan en er op de vluchtinformatieschermen een routekaart verschijnt waarop de Kilimanjaro en heel Afrika te zien zijn vraag ik me wel even af of ze voorin niet alvast begonnen zijn aan de fles. De stewardessen zoeken dekking achterin, hun cateringkarretjes meesleurend in een nevel van rode wijn. Ik meen voorin geschater te horen. Maar alles komt goed. We landen veilig. Bij het verlaten van het vliegtuig staat mijn tas met vodka al klaar, aan weerszijden geflankeerd door twee blakende stewardessen.
“Thank you for flying Austrian Airlines. Have a nice day.”

fastenSeatBelts