Camping Life

Camping La Plaine, St Parthem

Camping life. We zijn mensen die heen en weer lopen met roze toiletrollen, bakken afwas en toilettassen en we lachen en groeten elkaar onafgebroken. Volgens mijn gebruiksaanwijzing ben ik meer een type van stenen muren en een dak, een voordeursleutel -of die nou van staal is of van plastic- en een eigen douche met liefst een bad. Geheel onterecht een beetje een verwend mannetje, eigenlijk. Maar kamperen biedt de charme van vers gras onder vroege voeten, ongekende sterrenhemels en aanraakbare natuur. En ook al zijn je buren ondanks de flinke ruimte tussen de tenten hier al snurkend, hoestend, in emmers plassend en windend op hun krakende luchtbedden altijd heel dichtbij: het klikt wel. Ik pas me doorgaans overal snel aan. Ik kan even goed uren praten met een manager of een baron als met een ijzervlechter, een kassiere, een alcoholist of een systeembeheerder en het prototype campingmens zit daar meestal ergens tussenin.

Het is hier ook bijna glamping. De uitermate ruime tent stond al voor ons klaar toen we hier kwamen, stevig als een huis verankerd aan een haast verlaten grasveld tussen de groene bergen. De tent heeft een koelkast, drie slaapruimtes, goede bedden, een eettafel voor zes personen en onafgebroken stroom voor alle mogelijke opladers dus heel vermoeiend is het niet. Geen gezeul met tenten, bestek en borden, kilo’s haringen en een beschimmeld grondzeil dus er valt hier niets te klagen. Het is glamping, maar dan zonder champagne en airco in de tent. Daar kun je om lachen maar we zagen op de Lowlands-camping ooit eens echt twee jongens met een airco in hun tent.
Na een meerdaags bezoek aan grootstedelijk Barcelona is dit echt een formidabel gekozen afwisseling. De tent was op de dag van onze aankomst zelfs al helemaal drooggezogen met een waterstofzuiger omdat hij de nacht daarvoor nog volledig blank stond na een apocalyptische regenval. Het rook hoogstens een beetje muf maar droog was hij zeker.

De eerste dagen was er ook zon. Hele harde, felle zon. Bakkend en bradend en zwemmend en chillend in een groen dal aan een dartel stromende rivier met een hele ruime tent als onderkomen had het er alle schijn van dat dit glamping was in al zijn glorie. Niet zo flamboyant als de kampeerders verderop, wier luxe safaritenten voor achthonderd euro per week zelfs een heuse veranda hebben en waarvan de inwoners herkenbaar zijn aan dure auto’s en geschreeuw in telefoons dat “het hier om patenten gaat!!” maar toch, zeker glamoureus.

Hij is ook waterdicht, onze ruime tent. Dat was vooral fijn toen het een aantal dagen toch wel regende. Het geluid van regen op een tentdak is romantisch, gezellig zelfs. Het roept je geest op om de hele dag in bed te blijven. Te knuffelen. Uit te rusten. Een boek te lezen. Met een kind is dat veel minder haalbaar dan eens, ooit, toen we nog kinderloos waren en weleens kampeerden op afgelegen grasland in een grote krater op een eiland middenin de oceaan of op strakke ruimtelijke campings op een verre helling met badhuizen die zo extreem schoon werden gehouden dat je er door de chloorlucht niet eens naar binnen kon. Toen konden we op hele drassige dagen blijven liggen. Maar dat was toen.

Dat het opeens dagen achtereen regende leek ook hier in Aveyron weer heel bijzonder. De mythische en inmiddels clichématige mantra die we vaker hebben gehoord in onze verzamelde vakantiegeschiedenissen is hier in Zuidelijk Frankrijk dan ook wederom uitgesproken: “nee dit hebben we hier anders nooit, zoveel regen. Het hele dorp heeft het erover.”
Het dorp in kwestie telt zo’n vijftien huizen en de campingeigenaren spreken naar eigen zeggen nog niet heel goed Frans maar we moeten er maar vanuit gaan dat dit een reusachtig stuk gesprekstof is.

Maar het klikt allemaal. Met zijn allen op de pizza-avond praten over de prachtige omgeving, de nabijgelegen middeleeuwse Unesco-kroonjuwelen -“het mooiste dorp van Frankrijk!”- en de haperende internetverbinding: het heeft allemaal een onvergetelijke charme. Een dubbele regenboog aan het einde van de dag herinnert je eraan dat waar regen is ook zonneschijn kan zijn. En de zon kwam terug.

Als ik ’s avonds onder kilometers sterren door het hoge gras terugloop naar die kolossale tent hoor ik uilen. In de nachten ontvouwen zich hele gesprekken tussen dieren, het ene heel dichtbij en een ander verderop, alsof ze even bijpraten over de laatst gevangen veldmuis of voor de vorm even melden waar hun territorium begint en waar het ophoudt. Hordes kikkers kwaken in een onvermoeibaar koor vlakbij.
En dan, terwijl ik loop, zie ik vlak voor me een schim. Hij beweegt schijnbaar gewichtloos door het natte gras. Brede hoge schouders, klein smal achterlijfje. Jerommeke, maar dan op vier korte pootjes. Onze paden kruisen zich. Ik blijf staan. De schim ook. Als ik mijn zaklamp aantik zie ik daar een klein wild zwijntje. Zijn oogjes lichten op. De mijne in zijn beleving misschien ook, ik weet niet hoe zo’n dier de wereld ziet. Ik richt mijn lamp iets lager om hem of haar niet te verblinden en in dat schemerige schijnsel kijken we elkaar maar even aan, mens en dier, in een vallei ergens in de Midi Pyrenees. De uilen praten ondertussen onverminderd door. De kikkers ook. Het moment wordt langer, lijkt een kleine eeuwigheid.
Ik hoor de rivier stromen en mijn hart kloppen.
Het zwijntje lijkt akkoord, okee met mijn aanwezigheid alhier. Het kijkt weer voor zich en loopt door. Ik ook. Met mijn toilettas.
Camping life.
Het klikt wel.

– 16.8.2014, La Plaine, Saint Parthem, France

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *