Gepost op

De ballen

“Ben je tegen de ballen?” vroeg ze.
“Tegen” is nogal een woord zei ik. Daar zit strijd in en ik voel me echt niet geroepen om als Don Quijote te gaan strijden tegen een paar wereldballen op een stationsplein.

Zo erg is ook weer niet.

Mijn eventuele mening over Markthallen, Wereldballen en Golfslaggrachten is bovendien volslagen irrelevant en oninteressant. In het hypergevoelige Rotterdamse landschap vol bekenden en bekenden van bekenden die iets te maken hebben met de totstandkoming van het Rotterdamse decor ben ik met commentaar in zulke subjectieve gevallen ook liever zuinig. Sommige tenen zijn langer dan andere. Spreken is zilver, zwijgen dubbel platina.

Smaak is subjectief en in de Rotterdamse School van de Architectuur is het begrip ‘Mooi’ allang ondergeschikt gemaakt aan ‘Hoe Groot Is Het’ en ‘Wie Heeft Het Gemaakt’. Als Rotterdammer, Nederlander en wereldburger weet ik intussen ook wel dat “tegen” iets zijn vaak verspilde moeite is: die ballen zijn al aangekocht, opgepompt met visies, ego’s en beloftes en daar staat spanning op. Dus die komen er gewoon anders klapt er iets ontzettend hard uit elkaar. Daar gaat een grappige anti-facebookpagina niets aan veranderen, ook al zijn zulke uitingen wel een broodnodig en prettig tegengeluid. Maar je weet toch: “het volk kan zoiets niet beslissen”. Dat is politiek in de indirecte democratie. Daarom worden jij en ik ook niet geraadpleegd over zulke zaken want daar komt alleen maar ellende van: als je zeshonderdduizend Rotterdammers gaat vragen wat ze willen komt er never nooit niks.

Maar goed, mijn eerste gedachte bij het zien van deze “iconen” (het duurt niet lang meer of definitieve slijtage van dat woord is ook al ‘Made in Rotterdam’) was dat er vooral iets in de weg gaat liggen straks.
Iets met zichtlijnen, proporties, horizon.
Maar je weet; in het aandoenlijke minderwaardigheidscomplex van bodybuilderend Rotterdam is de facelift nooit af, moet er altijd nog een spiertje of botoxje bij, groter, meer, en dan graag van internationale allure. Want Rotterdam” vergelijkt zichzelf graag met vele steden, behalve met zichzelf.
Althans, zo was het.
Nu is het echt bijna af.
Als we die ballen hebben
is Rotterdam echt Rotterdam.
Toch?

Wij Rotterdammerts lachen gewoon voort om de fratsen en de spasten, de successen (want Trots, natuurlijk) en de misbaksels, we smijten een leuke “typisch Rotterdamse” facebookpagina op het web en ik voeg daar dan nog even een guitig plaatje aan toe.

En dan gewoon verder, aan de orde van de dag. Hoor, daar bonkt het hart van Rotterdam, diep in onze keel.
Of zijn het de balletjes?

Het wordt vast fantastisch.

Zweedse Ballen Centraal Station

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *