Gepost op

Verdreven.

Stof en as vullen je longen. Huilen wil je maar het lukt niet. Je moet ook stil zijn: je moeder zegt het met gebaren en gefluister. Haar betraande ogen zijn gevuld met angst en liefde.
Weer een dreun, dichtbij nu.
“Stil zijn!” fluistert ze weer. Het klinkt raar terwijl vlakbij harde knallen heel je dorp kapotslaan. De lucht is vol van stof en as en vuur. Dikke rook hangt boven jullie schuilplaats. Er tussendoor zie je een ster.
Jullie wachten.
“De mannen die ons weg gaan brengen komen zo.” Je voelt het bonzen van je moeders hart vlak naast je oor. Je voelt haar warme lichaam en haar koele handen. Ze frunniken aan de tas met het kleine beetje spullen dat jullie konden meenemen.
Opeens vullen koplampen de ruïnes van de nacht. Ze zijn er. Je wil weer huilen, je voelt het branden. Alles gaat veranderen en dat voel je. Je vindt het eng. Alles is kapot maar liever wil je toch niet weg van thuis.
Mama fluistert dat het goed komt. Dat jullie gaan. Dat het ergens anders veilig is.
En dat jullie samen zijn en dat dat het allerbelangrijkste is. Ze prevelt een klein liedje. Ergens slaat een bom in.

Het geluid van golven vult je oren. Je hoort de snelle ademhaling van wel honderd mensen in het donker. Deining. Je ziet haast niets maar ruikt de zee. Je ligt nog op je moeders schoot. Ze voelt zo koud.
Je hoort gemompel, dan geschreeuw. Niet alles is in taal die je verstaat. Is het ruzie? Nee blijdschap lijkt het. Er wordt opeens gejuicht. Een felle lamp beschijnt de boot vanuit de hoogte. Je hoort de motor van een schip vlakbij. Je ziet nu flitsen van de mensen om je heen. Je verstaat niet alles wat ze zeggen maar in de taal van hun gezichten lees je angst, hoop, wantrouwen en een fonkeling van ongeloof en dankbaarheid. Je kijkt om en wil je moeder zien.
Haar ogen zijn gesloten.
Mama?
Er wordt hardop gebeden.
Iedereen verdringt zich aan jouw kant en het gejuich wordt bijna panisch.
Alles kantelt.

Zeewater vult je longen. Huilen wil je maar dat lukt niet. Je hoort je moeder zachtjes praten in je oren maar je ziet haar nergens. De bundel licht is weg. Niets dan kou en leegte om je heen. Je zweeft. Je spartelt, probeert haar handen terug te vinden maar je vindt haar niet. Je hoort het water suizen.
Alles blauw en steeds maar lichter.
Waar ben je?
Stilte.

Stevige armen tillen je aan land. Je bent er. Veiligheid. Iemand neemt je over. Als hij dit doet loopt er water uit je mond. Uit je neus. Uit je ogen.
Het lijkt wel of je huilt.

.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *